Werken en Zijn: een persoonlijk verhaal

Mijn ouders hadden een sportwinkel. Middenstander: dat betekent bijna nooit vrij, en bijna altijd werken. Ons woonhuis was boven de winkel, dus het werk lag altijd (om de hoek) op de loer. Mijn vader had de gewoonte op de wc de krant te lezen. Als kind kon ik dat niet begrijpen: waarom ga je in vredesnaam de krant op het toilet zitten lezen?
Ik nam me voor me nooit zo in het werk te verstrikken als mijn ouders, en ik heb “de zaak” dus ook niet overgenomen.
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, ik eindigde toch met een eigen bedrijfje. Weliswaar zonder winkel en personeel, en dus met een zekere vrijheid, maar ook hier gold; thuis zijn en werken gebeuren op dezelfde plek, en lopen dus in elkaar over (ook al wil je dat niet). Dus ook voor mij is het werk eigenlijk “nooit klaar”.
En zo kwam ik er laatst achter dat als ik naar de sportschool ga, dat voor mij eigenlijk net zoiets is als het toilet voor mijn vader: een plaats waar je even niet hoeft na te denken, even in een heel andere omgeving zijn. Er hangen daar tv’s en ik kijk daar tussen het sporten door naar programma’s waar ik thuis nooit naar kijk, vooral Discovery Channel, over het werk-leven van andere mensen. Dat ontspant vreemd genoeg.
En het sporten werkt als een soort meditatie, yoga met kracht, als je er tenminste bewust bij bent, je bewust bent van wat je lichaam doet, en niet je best gaat oen.

En zie, wat gebeurt er soms thuis? Ik neem af en toe de Ipad mee naar het toilet, om even rustig iets anders te kunnen doen en niet aan het werk te denken wat nooit af is. Toch nog iets onbewust geleerd van mijn vader :-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *